Nieuws

Ambacht of vrij beroep?

Al enige tijd is er discussie of voetverzorgers een ambachtelijk of een vrij beroep uitoefenen. Volgens de Kamer van Koophandel valt voetverzorger niet onder de vrije beroepen. Diverse gerechtelijke uitspraken hebben echter duidelijk gemaakt dat voetverzorger wél als een vrij beroep dient te gelden en niet als ambacht. De kwestie is niet alleen van principieel belang, maar heeft ook financiële consequenties. De voetverzorgingsbranche valt sinds 1987 onder het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA). Het HBA heeft tot wettelijke taak het gemeenschappelijk belang van de aangesloten branches en het algemeen belang te dienen. Alle voetverzorgers zijn ambachtelijke bedrijven en vallen daarom automatisch, van rechtswege, onder het HBA. De belasting van het HBA is de verplichte heffing, en dus moeten alle voetverzorgers die zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel aan het HBA jaarlijks de algemene heffing betalen (in 2007 85,50 euro). Voetverzorgers betalen ook bestemmingsheffing à 32 euro, voor speciale activiteiten voor de branche. Verschillende voetverzorgers willen die heffing niet langer betalen omdat zij zich niet vertegenwoordigd voelen door de Commissie Voetverzorging. Ook vinden zij dat ze onvoldoende profiteren van de collectieve promotie. Zij willen zich kunnen inschrijven als vrije beroepsbeoefenaar bij de Kamer van Koophandel. Als eerste stap tekenen zij bezwaar aan tegen de aanslag van het HBA. De nieuwe brancheorganisatie NOHV wil de bezwaarschriften bundelen en de kwestie eventueel via de juridische weg uitzoeken. VoetVak+ volgt de discussie op de voet.